"Dames en heren, hooggeacht publiek, welkom!", schalt door de luidspreker. "Route één start bij de gele vlag en route twee bij de blauwe vlag", meldt de vrijwilligster. Geroezemoes over welke route men wilt kiezen, zwelt langzaam aan. De zon schijnt flink en de geur van zonnebrand hangt in de lucht. "Beleef dit vooral samen, in het kader van nieuwe buren, Leidsche Rijn 20 jaar", vervolgt ze haar verhaal. "Veel plezier!"

Cultuur19 is de initiatiefnemer van Zingende Beelden. Het evenement wordt alweer voor de negende keer georganiseerd. Door Zingende Beelden willen ze op een bijzondere manier aandacht brengen aan de kunstwerken in het Máximapark. Bij elk kunstwerk is een voorstelling te zien, die het publiek al wandelend beleeft.  Route één bestaat uit drie jonge dansgroepen die in samenwerking met professionals hun stuk hebben ingestudeerd. Route twee bestaat uit kleine intieme dansgroepen, waarvan twee van de groepen door Cultuur19 gevraagd zijn om mee te doen. 

Het is elf uur en de vlaggen gaan de lucht in. Onderling beginnen er twee groepen te ontstaan. De eerste groep begint bij het observatorium, een toren van vijftien meter hoog. De leerlingen van Amadeus Lyceum voeren hun optreden in de toren uit. Je hoort de jongeren ritmisch met hun voeten stampen. Ondertussen delen vrijwilligers zwarte ooglapjes uit en fluisteren ze dat je ze al wel om je nek mag dragen, maar nog niet op mag doen. Een voor een betreden de kijkers de toren. In het midden zit een jongen gehurkt met een stok in zijn hand. Hij zit in een soort kooi, alsof hij is opgesloten.

De jongen laat zich gefrustreerd neervallen in het observatorium.
Sara Assarrar

Een meisje van de groep fluit als teken dat de dans kan beginnen. De jongen begint langzaam te bewegen. Hij kijkt onrustig om zich heen en ondertussen schraapt de dansgroep met stokken langs de tralies. De stokken dienen als instrumenten. De jongen in het midden loopt gefrustreerd heen en weer en laat zich op de grond vallen om gelijk daarna weer op te staan. Dat wordt voor een tijd herhaalt en opeens stopt het. In doodse stilte loopt iedereen weer naar buiten. Vervolgens wordt de groep naar de achterkant van het conservatorium begeleid en een van de dansers gebaart dat de ooglapjes nu opgedaan moeten worden. Nerveus gegiechel en hier en daar wat gemompel is te horen, terwijl iedereen haar instructie opvolgt. De dansgroep begint weer geluid te maken met de stokken. Het is de bedoeling dat je zintuigen op verschillende manieren worden gestimuleerd. “Het klinkt als harde onweer of agressie”, volgens sommige bezoekers en: “Je wordt er helemaal in meegenomen.” Het optreden is afgelopen en het publiek geeft een hard applaus. “Ik heb er kippenvel van gekregen”, vertelt een mannelijke bezoeker. Als iedereen klaar is met klappen, worden de ooglapjes weer ingeleverd. De gele vlag moet weer gevolgd worden. Er wordt gewandeld langs het parkrestaurant, het water en verschillende bruggetjes.

De wandeling wordt vervolgd.
Sara Assarrar

“Vroem, vroem, vroem”, zegt een vader tegen zijn dochtertje die met alle kracht haar fietsje op de brug probeert te tillen. Dan opeens stopt de groep voor een grasveld. “Je mag verspreid op het pad gaan staan, maar niet op het gras”, roept Sanne Verkaaik. Zij is de maker van de tweede dans met de leerlingen van het Ithaka ISK onderwijs uit Utrecht. “Mama, niet op het gras zitten”, zegt een kind snel. Als iedereen een plek heeft gevonden, rennen de dansers op. Ze maken veel vloeiende bewegingen en de groep danst met elkaar door elkaar op te vangen, aan elkaar te trekken en te duwen. Opgegeven moment vallen twee dansers per ongeluk tegen elkaar aan. Ze lachen het even van zich af en herpakken zichzelf dan gelijk. Alle gezichten van de dansers beelden verschillende emoties uit. Je kunt bijvoorbeeld verdriet, pijn, verbazing en blijdschap zien. Ze betrekken het publiek er soms bij door ze indringend aan te kijken. Als de dans klaar is, wordt er hard geklapt en buigen de dansers tevreden.

De tweede dansgroep in actie.
Sara Assarrar

“De jongeren van de tweede dansgroep zijn vluchtelingen die niet langer dan twee jaar in Nederland wonen. Ze beheersen de taal nog niet goed genoeg om te mogen deelnemen aan het reguliere onderwijs”, vertelt Verkaaik. “De jongeren mochten zich hiervoor vrijwillig opgeven. Ze hebben toen lang met elkaar getraind in samenwerking met professionals”, zegt ze er met een glimlach achteraan.

Het publiek loopt vervolgens weer een stuk door het park heen en stopt dan bij het laatste optreden. De derde dans bestaat weer uit de leerlingen van het Amadeus Lyceum. Ze zitten, staan en leunen op korte palen, terwijl er rustige pianomuziek is te horen. Ze maken zwierige bewegingen en wisselen steeds van plek door naar elkaar toe te rennen. Hier en daar worden er wat foto’s gemaakt en vraagt een kindje aan zijn moeder: “Hebben ze geoefend?” Na rond gerend te hebben, gaat de groep bij elkaar staan en beginnen ze a capella te neuriën. Ze doen hun stropdassen af en eindigen tegenover elkaar. Nu luidt het laatste applaus en roept de organisatie: “Hier kunt u geld doneren!” Voor het publiek zit het er alweer op, voor de dansers is het pas het begin. Zij maken zich weer klaar voor de volgende ronde.

Het geld wordt in de pot gegooid.
Sara Assarrar