Steeds minder mensen komen elke zondag naar de kerk om een mis bij te wonen. Martin Los, pastoor van Onze Lieve Vrouwen ten Hemelopneming in De Meern en de H. Willibrordkerk in Vleuten, vergelijkt eens per jaar naar de kerk gaan, met de verjaardag van een moeder.

Martin Los is 71 jaar en leidt de parochie Licht van Christus, Onze Lieve Vrouwen ten Hemelopneming, ook wel de Mariakerk genoemd. Hij werkt er inmiddels 31 jaar, waarvan 27 als pastoor. De kerk heeft 12.000 parochianen. Martin Los was eerst protestants en is overgestapt naar de katholieke kerk.

“Ik ben gelovig opgevoed en ging met plezier naar de kerk. Ik vond het interessant, terwijl sommige kinderen van mijn leeftijd de tijd uitzaten. Daarvan wist je, een uur stilzitten is heel moeilijk. Ik vond het prettig om naast mijn moeder te zitten, want zij was door de week altijd heel druk met werkzaamheden, maar in de kerk niet.

Ik heb een protestantse theologische opleiding gevolgd aan de Vrije Universiteit van Amsterdam. Vervolgens ben ik twaalf en een half jaar predikant geweest. In 1987 stapte ik over naar de katholieke kerk omdat ik steeds meer het gevoel had: ‘ik hoor daar meer thuis’. Ik heb contact opgenomen met de Nederlandse bisschoppen en de toenmalige aartsbisschop, kardinaal Simons, heeft vervolgens bij Paus Johannes Paulus II een verzoek ingediend om mij tot priester te mogen wijden. Normaal kan een bisschop zelf beslissen om iemand tot priester wijden, maar omdat ik ben gehuwd, moest er toestemming komen vanuit Rome. Dit duurde drie jaar. Als je van het protestantisme komt, moet je het katholieke geloof helemaal eigen maken, dus de jaren vlogen voorbij.

Het verhaal is af bij de laatste adem

Je bent 24 uur per dag en 7 dagen per week priester. Er worden altijd kinderen geboren en er gaan altijd mensen trouwen of dood. Elke zondagochtend en zaterdagavond leid ik een mis. Wanneer je veel doet, went het. Het geeft mij voldoening als ik mensen kan helpen. Het maakt het leven als mens betekenisvol. De kerkgemeenschap staat voor zorgzaam- en zichtbaarheid.

Sommige mensen gaan eens per jaar naar de kerk, vaak met kerst. Met de viering van de geboorte van Jezus zijn er 2400 mensen naar de Mariakerk gekomen. Wanneer mensen eens per jaar naar de kerk komen, vergelijk ik dat met de verjaardag van een moeder. Als een moeder jarig is, doet iedereen moeite om te komen. Degene die om de hoek wonen komen elke dag, sommige zijn voor zaken in het buitenland en komen eens per jaar. Met de verjaardag van moeders, zijn de kinderen er allemaal. Dan zegt de moeder niet tegen degene die één keer per jaar komt: ‘Daar ben je eindelijk’, maar: ‘Wat fijn dat je tijd gevonden hebt om te komen’.

De oude Bijbelse verhalen worden afgebroken en steeds minder mensen zijn gelovig. De verhalen worden niet doorgegeven. Een mens zoekt naar zin en betekenis. Waar leef ik voor? Hoe word ik de mens die ik graag wil zijn? Het verhaal is af bij de laatste adem. Heel veel mensen zijn zoekend. Mensen zoeken altijd naar de grote verhalen in de wereldgeschiedenis. Als mensen geen voeling meer met die verhalen hebben, wordt het moeilijk om dat samen te beleven in de kerk.

Het tij kan gekeerd worden. Als dit gebeurt, is dat op meer plekken tegelijk. Ik zie de kerk als waakvlam. Iedereen heeft een geiser. Deze brandt niet continu, maar je hebt wel een waakvlam, dat is belangrijk.

O.L.V. ten Hemelopneming.

Voor de tijd van radio, internet en televisie moest je naar de kerk gaan om iets te beleven met elkaar, anders zat je alleen thuis. Je hebt tegenwoordig kerkdiensten op televisie. In onze parochie hebben we meer dan duizend 80-plussers. Veel van hen zijn niet meer in staat om naar de kerk te komen en kijken de mis op tv.
Vroeger had je een pastoor nodig om alles uit te leggen. Nu zet ik de preek van de zondagmis gewoon op mijn blog. Mensen die niet naar de mis zijn geweest, kunnen dat teruglezen en hoeven dus niet naar de kerk te komen.

Voor de toekomst van de katholieke kerk hoop ik dat ze weer de uitstraling krijgt die het verdient. Voor mij is het geloof heel bijzonder. De schoonheid van de kerkgebouwen, de verbondenheid met mensen. Dat gun ik iedereen.”