De politieke partijen hebben tijdens het lijsttrekkersdebat ‘Utrecht 2030’ weinig aandacht getoond voor de problemen die in en rond Leidsche Rijn spelen. Andere delen van Utrecht kwamen volop aan bod in het debat, maar Leidsche Rijn kwam hier nauwelijks in voor. Bij het debat waren de lijsttrekkers van alle partijen aanwezig. Het vond plaats op 19 maart in TivoliVredenburg.

Leidsche Rijn is een opkomende woonwijk waar veel wordt gebouwd, zoals Leidsche Rijn Centrum. Daarom is Leidsche Rijn een belangrijk onderwerp voor de toekomst van Utrecht. Tijdens het ‘Utrecht 2030’-debat stond de toekomst van Utrecht centraal. De partijen mochten hun voorkeur voor bepaalde thema’s aangeven, op basis daarvan maakte de organisatie van het debat een selectie van vijf stellingen die betrekking hebben op de toekomst van Utrecht: stedelijke ontwikkeling, economie, veiligheid, onderwijs en energie. Het debat ging nauwelijks over Leidsche Rijn.

Veel mensen van mijn achterban wonen in en rond Leidsche Rijn, en die zeggen dat ze zich niet gehoord voelen tijdens deze verkiezingen

Een bewoonster van het gebied zei na afloop van het debat: “Het nieuwe centrum dat op dit moment wordt gebouwd in Leidsche Rijn is misschien wel het belangrijkste onderwerp voor Utrecht op het gebied van wonen in de toekomst, maar dat onderwerp laten ze achterwege in dit debat, een gemiste kans.” Ze denkt dat dit komt omdat veel mensen Leidsche Rijn, Vleuten en De Meern nog niet als Utrecht beschouwen. Volgens haar vergeten mensen soms dat Leidsche Rijn ook nog tot Utrecht behoort.

 

De lijsttrekkers van verschillende politieke partijen vonden het óók niet kunnen dat Leidsche Rijn nauwelijks genoemd werd in het debat. Cees Bos, lijsttrekker van StadsBelang Utrecht en woonachtig in De Meern, zei hierover: “Veel mensen van mijn achterban wonen in dat gebied en die zeggen dat ze zich niet gehoord voelen tijdens deze verkiezingen.” Hij zegt dat er in de kieswijzer voor Utrecht ook nauwelijks aandacht wordt gegeven aan Leidsche Rijn. Dit komt, volgens hem, doordat er teveel ‘stadse mensen’ in de raad zitten die Leidsche Rijn links laten liggen.

Dimitri Gilissen, lijstrekker van de VVD, vond vijftien partijen teveel om een normaal debat met alle partijen te kunnen voeren. Volgens hem kan je zo’n beladen debat beter organiseren zonder de kleine politieke partijen. Klaas Verschuure, lijsttrekker D66, sloot zich hierbij aan.

Cees Bos heeft veel achterban rond Leidsche Rijn, waarom begint hij dan niet over de wijk?

Tim Schipper, lijsttrekker van de SP, was het ermee eens dat veel belangrijke onderwerpen onbesproken bleven. Hij vindt echter wel dat de bewoners van Leidsche Rijn zichzelf goed kunnen redden, omdat er veel buurtinitiatieven in de wijk plaatsvinden en er veel hoogopgeleiden wonen. Daarnaast zijn er volgens hem al enkele debatten geweest over de problemen in Leidsche Rijn.

De presentator van het debat, Patrick van der Hijden, vond het lachwekkend dat de partijen de schuld van het onbesproken laten van Leidsche Rijn, in de schoenen van de organisatie schuiven. Volgens hem hadden partijen voldoende kans om het onderwerp Leidsche Rijn aan te snijden, maar lieten zij dit zelf achterwege. Het debat bestond volgens van der Hijden uit thema’s en niet uit stellingen, op deze manier konden de politieke partijen zelf bepalen welke specifieke stellingen ze wilden bespreken. Van der Hijden noemde als voorbeeld de lijsttrekker van DENK, Mahmut Sungur: “Mahmut heeft een grote achterban in Overvecht, dus hij heeft het in het debat over Overvecht. Cees Bos heeft veel achterban rond Leidsche Rijn, waarom begint hij dan niet over de wijk?”