Jaren heeft het geduurd, maar na tien jaar is het gelukt: Leidsche Rijn Centrum is open. Het centrum heeft veel werk gekost en ook de nodigde problemen gekend. Lodewijk Baljon blikt terug op deze periode.

Lodewijk Baljon is eigenaar van Lodewijk Baljon Landschapsarchitecten. Hij zorgde met zijn bedrijf voor de openbare inrichting van het centrum en heeft met een ontwikkelaars, architecten, de gemeente en aanbesteders gezorgd voor het inrichten en bouwen van het centrum.

Op een warme woensdagmiddag werd het centrum op 16 mei geopend. Het was een drukbezochte dag, zelfs al was het centrum nog niet helemaal af. Baljon blikt terug op de opening: ‘’Die mensen in de straten, die levendigheid, daar doe je het voor. Jammer dat het laatste stukje van het Brusselplein niet af was, maar je wil gewoon genieten van het moment, het was supermooi om al die mensen te zien.”

Economische crisis
Alle blijdschap die er op de opening was, viel niet altijd te zien tijdens het project zelf. 2008 was een zwaar jaar door de economische crisis. Woningen die toen gebouwd werden aan het centrum verliepen stroef in de verkoop. Het was maar de vraag of mensen geld konden lenen om een nieuwe woning te kopen, want de banken waren zwaar getroffen door de crisis. De bouw van het centrum startte pas in 2014. Het opmerkelijke hieraan was dat er nog geen huurders waren, zo meldt het AD. De gemeente besloot toch om de bouwplannen voort te zetten. De crisis was niet het enige probleem dat het project tegenkwam, maar ook door de opkomst van internet-winkelen, zo vertelt Baljon.

Het was maar de vraag of mensen geld konden lenen om een nieuwe woning te kopen

”Helemaal aan het begin van de VINEX-locatie Leidsche Rijn rond 1996, is het plan goedgekeurd door de Rijksoverheid. Vroeger had het Rijk een grote invloed op het uitbreiden van een stad. Bij deze uitbreiding was er niet veel regie vanuit het Rijk, het was meer in de vorm van het stimuleren van het plan en door een globaal contract af te sluiten met de gemeente dat de kaders vastlegt.”

In 2008 werd bekend dat a.s.r. en Vesteda de ontwikkelaars werden, de aanbesteding was net voor de bankencrisis. Niet veel later sloeg de crisis toe en werd het proces vertraagd tot 2014. ‘’Het was natuurlijk een joekel van een probleem, vooral omdat de huizenmarkt helemaal inzakte. Kenmerk van Leidsche Rijn Centrum is de combinatie van winkels en woningen, zoals het in een binnenstad is. Tegelijkertijd moesten er dus afnemers zijn voor de woningen en winkels. Inmiddels ziet de woningmarkt er een stuk beter uit. Ook de winkels zijn bijna verhuurd.”

Aanpassingen van de plannen 
Naast de economische crisis was er ook het probleem dat internet-winkelen populairder werd. Hoe zorg je er dan toch voor dat mensen naar het centrum komen? Volgens het CBS was er in 2008 een stijging van 600 duizend internetshoppers en ook zeiden 8,8 miljoen mensen dat ze online weleens wat gekocht hadden tegenover 7,5 miljoen het jaar ervoor.

Je moet ervoor zorgen dat kinderen er ook heen willen gaan met hun ouders

Baljon vertelt dat het probleem moest worden opgelost door het centrum leuk en aantrekkelijk te maken, zodat mensen er graag heengaan. ‘’Je moet ervoor zorgen dat kinderen er ook heen willen gaan met hun ouders. We hebben hiervoor iets gedacht: een waterelement waar kinderen door kunnen rennen op het Brusselplein. Het waterelement ziet er een beetje uit als een grote fontein waar kinderen door het water kunnen rennen en waar de mensen ook op de randen kunnen zitten. Er zijn ook grote ‘knuffels’ op de kruisingen van de belangrijkste promenades. Het is de bedoeling dat de kinderen daar kunnen klimmen en klauteren en in het water kunnen spelen. Het Brusselplein is ook daarop aangepast. Je ziet bij het element namelijk dat er een gelegenheid is voor de ouders om op de rand te zitten, maar ook zitten er op het plein veel horecagelegenheden waar ze dan een hapje kunnen eten en drinken. Het is niet alleen een winkelcentrum. Er is een grote aanpassing geweest: er was meer behoefte aan dag-horeca, daarom is het Brusselplein met veel horeca ingericht. Een voorbeeld daarvan is dat niet V&D, maar de nieuwe Jumbo een prominente plek kreeg aan het plein. Nog voor de grote crisis bij V&D vroegen de partijen zich af of V&D wel de succesformule zou zijn. Jumbo Foodmarkt in combinatie met La Place voegt iets toe aan het winkelgebied. Geen gewone winkel dus, maar een supermarkt in combinatie met horeca.’’

Andere aanpassingen hadden te maken met ontwikkelingen op het gebied duurzaamheid. ‘’ In 2008 hadden we nog geen idee dat we oplaadpunten moest hebben bij de parkeerplaatsen. Duurzaamheid speelt ook een rol bij de inrichting van de openbare ruimte. Gebakken klinkers en natuursteen, zijn materialen die heel lang meegaan, mooi verouderen en het geeft een vertrouwd gevoel bij de mensen, het sluit aan bij het beeld dat men heeft van een binnenstad.’’

Het centrum in de stijl van een binnenstad
Leidsche Rijn Centrum wil niet het aanzien krijgen van een winkelcentrum, wat een kritiekpunt is van het project, maar er wordt gestreefd naar een binnenstadsfeer. ‘’Je moet kijken wat je kunt bieden in Leidsche Rijn Centrum: wij hebben geen werven of grachten met 17e -eeuwse woningen en al helemaal geen Domtoren. Het doel van het plan is dat het een vertrouwde omgeving is, maar ook met nieuwe en onverwachte dingen, zodat er ook een zekere uitdaging in besloten ligt. Vergelijk het maar met nieuwe schoenen. Ze zijn nog wat onwennig, doordat je ze eerst moet inlopen.

Wij hebben geen werven of grachten met 17e -eeuwse woningen en al helemaal geen Domtoren

Stedenbouwer Jo Coenen en de architecten hebben gekeken naar hoe je het centrum het beste de vorm en de sfeer van een binnenstad kunt geven. Op de begaande grond zitten altijd winkels, cafés enzovoort; daarboven altijd woningen. Als je nu door de straten loopt is dat goed herkenbaar, maar het binnestadgevoel wordt ook gemaakt doordat de gebouwen er heel verschillend uitzien: aan elk blok hebben minimaal drie architecten gewerkt. Bij een binnenstad horen nog meer functies, zo is de bibliotheek en het wijkkantoor in aanbouw, volgt er spoedig een hotel en zijn er enkele kantoorgebouwen. Aan het Berlijnplein staat de bioscoop en in het zuidelijke deel van Leidsche Rijn Centrum staan scholen en rond de oude boerderij Hofstede Ter Weide zijn er culturele activiteiten. Al die voorzieningen zijn de belangrijke extra’s die het werkelijk tot een nieuwe binnenstad maken.’’