Vandaag is het zover: de gemeenteraadsverkiezingen. De lokale partijen zijn de afgelopen weken op pad geweest om campagne te voeren. Ook gisteren was D66 weer te vinden in de wijk, flyer en appel in de hand. Hoe is het als vrijwilliger om campagne te lopen in Leidsche Rijn? “Trek een extra trui aan, het wordt koud.”

In de ochtendspits ligt het plein onder station Leidsche Rijn er verrassend verlaten bij. “We hebben wat pech vandaag”, vertelt Hind Dekker-Abdulaziz, een van de campagnecoördinatoren van D66 voor Leidsche Rijn. Ze is de nummer twaalf van D66 op de verkiezingslijst, in het dagelijks leven een technisch consultant voor telecombeleid. “Veel treinen zijn geannuleerd vanwege een wisselstoring.” Toch mag dat de stemming niet drukken. Ze deelt samen met haar twee collega’s appels en flyers uit met een dikke muts op en grote sjaal om. De drie D66’ers zien er bijzonder kwiek uit, ondanks het vroege tijdstip en de lange campagne die ze al achter de rug hebben.

Een trein vol potentiële kiezers komt het perron opgereden. De menigte stroomt de trappen af en komt het drietal onderaan de trap tegemoet. De drie campagnestrijders nemen hun plek in. Met een ‘hoi’ en een ‘goedemorgen’ bieden ze de flyers en appels aan. “Ik heb gister al een flyer gehad”, zegt een passant. “Of is dit een andere? Oh, doe dan toch maar.” Onderaan de trap klinkt een salvo van ‘nee dankje’s’ en ‘oke, kom maar’s’. Het verschilt van moment tot moment of een groep reizigers de flyers links laat liggen of juist gewillig aannemen. Allemaal lijken ze haast te hebben. “Je went aan de nee’s”, zegt Dekker-Abdulaziz reflecterend. Uit het veld geslagen is ze nooit: “Zelfs als je voornamelijk afgewezen wordt, is het toch altijd weer leuk als je daarna wél iemand tegenkomt met wie je een goed gesprek kan voeren.” Onvermoeid strekken de campagnevoerders hun armen uit bij de volgende groep mensen. Degenen dié iets aannemen, doen het met een gemeend dankjewel.

In Leidsche Rijn, Vleuten en De Meern zijn rond de 27 vrijwilligers actief voor D66, de een actiever dan de ander. In heel Utrecht zijn het er in totaal zo’n honderd. Collega flyeruitdeler Victor Everhardt, in het dagelijks leven wethouder van Utrecht, noemt het ongekend veel. “Dit is mijn achtste of negende campagne. Ik heb nog nooit zoveel mensen op de been gezien.” Het hebben van een groot team is een voordeel. Dekker-Abdulaziz: “Op deze manier legt het minder druk op de vrijwilligers, omdat je niet elke dag weer hoeft te knallen.”

“Nee, ik hoef geen flyer, maar een appel is wel lekker, ja.” Echt praten met de treinreizigers zit er niet in. Dekker-Abdulaziz:  “Ze zijn toch vooral op weg naar hun werk. In een winkelcentrum is er meer ruimte voor een gesprek. Dat vind ik ook het leukste om te doen.” Everhardt vindt ‘canvassen’ het leukste. Het aanbellen bij mensen aan de deur om met ze in gesprek te gaan. “Belletje lellen”, noemt hij het. “Sommigen willen er niks van weten, dat is ook oké, maar ik vind het altijd leuk als iemand die van tevoren zegt geen interesse te hebben in de politiek, toch met ons die discussie opzoekt.” Is het tijdens zo’n campagne wel mogelijk om alle lagen van de bevolking te bereiken? Dekker-Abdulaziz: “Dat blijft lastig… Ik denk dat iedereen pas gehoord wordt, wanneer in de gemeenteraad mensen zitten van alle lagen van de bevolking. Tot het zover is, is er altijd kans dat we mensen missen.”

Van links naar rechts: Victor Everhardt, William Vrasdronk en Hind Dekker-Abdulaziz maken een selfie voor de D66 social media campagne.

 
Everhardt loopt licht stuiterend terug na kort met een vrouw te hebben gesproken. Glunderend als een kind dat een snoepje uit de snoeppot mag pakken. “Ze zegt dat ze op ons gaat stemmen”, kondigt hij tevreden aan. Na de trein van 8:34 uur lopen de campagnevoerders met een doos flyers en groene appels terug naar de auto. Nog maar één dag tot het lot in de handen van de kiezer ligt. “Moe, maar voldaan”, vat Dekker-Abdulaziz haar huidige beleving samen. “Ik heb heel veel zin in de uitslagen morgen, maar ik ben ook blij als ik dit weekend weer kan bijslapen.” Nu gaat Dekker-Abdulaziz eerst haar dochtertje naar de kinderopvang brengen. Ook het leven van een campagnevoerder gaat gewoon verder.