Een mooi huis in Leidsche Rijn, een baan bij een goed lopend bedrijf, een dikke auto en tropische vakanties. Alles loopt op rolletjes, en er kan weinig misgaan. Totdat er toch iets mis gaat: een ongeluk, ziekte, scheiding of faillissement waardoor je die baan plotseling kwijt bent. Dat kan allemaal gebeuren. Sterker nog, het gebeurt ook. Honderden Leidsche Rijners zitten in geldnood, of zelfs in de schulden. Sabiet Balwandgir is voor veel van zulke mensen een rots in de branding. Elke week kunnen zij een voedselpakket ophalen bij haar stichting Voedselbankplus in Leidsche Rijn.

Toen Balwandgir in Leidsche Rijn kwam wonen had ze niet verwacht dat er zo veel armoede in zo’n dure Vinex wijk zou zijn. “De meeste mensen die hier komen, zijn hoogopgeleid. Dat is niet het algemene beeld dat ik had van mensen die bij de voedselbank komen.” Maar niets is minder waar. Balwandgir vult wekelijks vierhonderd magen, waarvan de helft een HBO of Universitaire achtergrond heeft.

De voedselpakketten zijn niet bedoeld als structurele oplossing, maar als noodoplossing. Ze hanteert een termijn van een jaar. “Ze kunnen natuurlijk niet voor altijd afhankelijk blijven van mij. Daarom maak ik altijd een overzicht van inkomsten en uitgaven en bekijk ik hun koopgedrag. Vervolgens help ik ze hoe ze op bepaalde zaken zouden kunnen bezuinigen. Sommige mensen hebben nooit geleerd hoe ze met geld om moeten gaan.” Maar er zijn uitzonderingen. “Mensen die een ziekte hebben waardoor ze niet meer kunnen werken, hebben zonder een pakket lang niet genoeg eten. Deze mensen kunnen altijd rekenen op een pakket.”

Eten krijgt ze van de Albert Heijn en via investeerders zoals kerken en scholen. Ze is ontzettend dankbaar voor deze voedsel-donaties, maar helaas is het niet genoeg. “Ik koop zelf maandelijks veel eten bij. We hebben ook mensen die bijvoorbeeld een glutenallergie hebben. Glutenvrij voedsel is duurder en er is altijd een te kort aan bij ons. Zulke dingen koop ik vaak zelf.”

Balwandgir is fulltime met de voedselbank bezig en ze verdient er niets aan. Sommige mensen begrijpen niet dat ze dit werk doet. “Dit werk doe ik niet voor het geld, maar voor anderen.  Ik verdien er niets aan, ik leid zelfs verlies. Maar dat vind ik niet erg. Ik heb een huis en genoeg eten. Verder heb ik eigenlijk niets nodig. En als ik zo anderen kan helpen, dan doe ik dat met veel liefde.”